Raadsopdracht en collegeplan vormen geen basis voor een integrale herstructurering van het Middenboulevard-gebied
Het onthouden van goedkeuring aan het bestemmingsplan Middenboulevard baseerden Gedeputeerde Staten (GS) o.a. op de stelling dat, citaat: â€de oorspronkelijk voorgestane herstructurering van het gehele plangebied nodig en gewenst is voor een kwaliteitsimpuls voor Zandvoort als badplaats.â€
De door het vorige gemeentebestuur voorgenomen herstructurering van het Middenboulevard-gebied was inzet van de gemeenteraadsverkiezingen in 2006. De huidige raad bepaalde vervolgens in de Raadsopdracht, citaat:
â€Strekking van nieuwe, respectievelijk te vernieuwen, bestemmingsplannen afstemmen met direct-belanghebbenden. Resultaten van inspraak bij bestemmingsplannen serieus nemen en betrokkenen intensief bij planproces betrekken. Draagvlak van belanghebbenden en omwonenden is noodzakelijk. Stringente eisen stellen aan maximale bouwhoogte, bouwstijl en materiaalkeuze onder andere passend bij de omgeving.â€
En verder o.m.:
â€Gedwongen sloop via onteigening komt te vervallen met uitzondering van de situatie waarin 75% van de eigenaren/zakelijk gerechtigden in een uitwerkingsgebied daarmee instemt. In het nieuwe bestemmingsplan worden in het plangebied aanwezige woningen als zodanig bestemd (dus niet wegbestemd) waarbij in de globale bestemming tevens zodanige ontwikkelingen worden aangegeven die mogelijkheden en kansen bieden teneinde te komen tot een kwalitatieve verbetering van het gebied.â€
Ook het Collegeplan 2006 – 2010 spreekt duidelijke taal
De strategische doelstelling bij ruimtelijke inrichting en vernieuwing is daarin als volgt gedefinieerd:
â€Het ontwikkelen van een visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Zandvoort met als doel het huidige kwaliteitsniveau van de openbare ruimte te handhaven en/of te verhogen.â€
Bij specifieke aandachtspunten van beleid is o.a. vermeld:
â€De strategische projecten Midden Boulevard (MB), Louis Davidscarré (LDC) en Nieuw Noord worden benut voor het verhogen van het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte.â€
Daar is geen woord spaans bij. Dit college en deze raad hebben tot een wezenlijk andere aanpak besloten dan waarvan GS uitgaan. Het handhaven of verhogen van het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte is iets anders dan herstructurering (lees afbreken en nieuw opbouwen) van het gehele plangebied. Van een visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Zandvoort die de herstructurering van het gehele plangebied –inclusief het middengebied– zou inhouden is dus geen sprake. Wél van het toeristisch-economisch ontwikkelen van de beide polen en het aanpakken van het watertoren-gebied.
Voor het middengebied (Boulevard De Favauge) is er onvoldoende programma voor een andere functie dan wonen. Op het Van Fenemaplein (dak garage) is alleen het realiseren van kleinschalige bouwwerken en een beperkt deel voor â€bijzondere doeleinden†mogelijk aangezien ingrijpender veranderingen tot aanzienlijke planschadeclaims zullen leiden.
Niet is duidelijk waarom buiten de polen ook herstructurering van het middengebied nodig en gewenst is voor een kwaliteitsimpuls voor Zandvoort als badplaats. Gezien de beperkte mogelijkheden is al evenmin duidelijk op grond waarvan het herstructureren van het middengebied van een bovenlokaal of regionaal belang zou kunnen worden geacht. Bij gebrek aan een bovenlokaal of regionaal belang valt niet in te zien hoe GS hier doorzettingsmacht zouden kunnen doen gelden.
Sleutel tot oplossing: Bedreigingen omzetten in kansen
Indien er voor het vernieuwen van de bebouwing aan de Boulevard de Favauge een overtuigend belang voor eigenaren en gemeente kan worden aangetoond dan kan dat de basis vormen voor draagvlak en vervolgens voor een kansrijk vervolgproces.
Het wegnemen van bedreigingen zoals wijzigingsbevoegdheden –alleen al het overwegen daarvan had voor eigenaren al negatieve effecten– en het kunnen dienen van de belangen van zowel eigenaars als gemeente vormen mogelijk een basis voor het bieden van kansen. Een inventarisering van wat voor eigenaren en gemeente van belang is; i.c. zijn er naast handhaving van de huidige situatie ook andere scenario’s mogelijk en wat zijn daar de voor- en nadelen van, kan tot andere inzichten leiden dan waarvan tot nu toe is uitgegaan.
Mocht evenwel blijken dat naast handhaving / renoveren van de bestaande bebouwing er geen kansrijke alternatieven zijn dan is dát tenminste duidelijk voor alle betrokken partijen; eigenaren, gemeente en provincie. Dienovereenkomstig dient vervolgens het nieuwe bestemmingsplan te worden vastgesteld.
