Raadsopdracht en collegeplan vormen geen basis voor een integrale herstructurering van het Middenboulevard-gebied

Het onthouden van goedkeuring aan het bestemmingsplan Middenboulevard baseerden Gedeputeerde Staten (GS) o.a. op de stelling dat, citaat: ”de oorspronkelijk voorgestane herstructurering van het gehele plangebied nodig en gewenst is voor een kwaliteitsimpuls voor Zandvoort als badplaats.”
De door het vorige gemeentebestuur voorgenomen herstructurering van het Middenboulevard-gebied was inzet van de gemeenteraadsverkiezingen in 2006. De huidige raad bepaalde vervolgens in de Raadsopdracht, citaat:
”Strekking van nieuwe, respectievelijk te vernieuwen, bestemmingsplannen afstemmen met direct-belanghebbenden. Resultaten van inspraak bij bestemmingsplannen serieus nemen en betrokkenen intensief bij planproces betrekken. Draagvlak van belanghebbenden en omwonenden is noodzakelijk. Stringente eisen stellen aan maximale bouwhoogte, bouwstijl en materiaalkeuze onder andere passend bij de omgeving.”
En verder o.m.:
”Gedwongen sloop via onteigening komt te vervallen met uitzondering van de situatie waarin 75% van de eigenaren/zakelijk gerechtigden in een uitwerkingsgebied daarmee instemt. In het nieuwe bestemmingsplan worden in het plangebied aanwezige woningen als zodanig bestemd (dus niet wegbestemd) waarbij in de globale bestemming tevens zodanige ontwikkelingen worden aangegeven die mogelijkheden en kansen bieden teneinde te komen tot een kwalitatieve verbetering van het gebied.”

Ook het Collegeplan 2006 – 2010 spreekt duidelijke taal
De strategische doelstelling bij ruimtelijke inrichting en vernieuwing is daarin als volgt gedefinieerd:
”Het ontwikkelen van een visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Zandvoort met als doel het huidige kwaliteitsniveau van de openbare ruimte te handhaven en/of te verhogen.”
Bij specifieke aandachtspunten van beleid is o.a. vermeld:
”De strategische projecten Midden Boulevard (MB), Louis Davidscarré (LDC) en Nieuw Noord worden benut voor het verhogen van het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte.”

Daar is geen woord spaans bij. Dit college en deze raad hebben tot een wezenlijk andere aanpak besloten dan waarvan GS uitgaan. Het handhaven of verhogen van het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte is iets anders dan herstructurering (lees afbreken en nieuw opbouwen) van het gehele plangebied. Van een visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Zandvoort die de herstructurering van het gehele plangebied –inclusief het middengebied– zou inhouden is dus geen sprake. Wél van het toeristisch-economisch ontwikkelen van de beide polen en het aanpakken van het watertoren-gebied.

Voor het middengebied (Boulevard De Favauge) is er onvoldoende programma voor een andere functie dan wonen. Op het Van Fenemaplein (dak garage) is alleen het realiseren van kleinschalige bouwwerken en een beperkt deel voor ”bijzondere doeleinden” mogelijk aangezien ingrijpender veranderingen tot aanzienlijke planschadeclaims zullen leiden.
Niet is duidelijk waarom buiten de polen ook herstructurering van het middengebied nodig en gewenst is voor een kwaliteitsimpuls voor Zandvoort als badplaats. Gezien de beperkte mogelijkheden is al evenmin duidelijk op grond waarvan het herstructureren van het middengebied van een bovenlokaal of regionaal belang zou kunnen worden geacht. Bij gebrek aan een bovenlokaal of regionaal belang valt niet in te zien hoe GS hier doorzettingsmacht zouden kunnen doen gelden.

Sleutel tot oplossing: Bedreigingen omzetten in kansen
Indien er voor het vernieuwen van de bebouwing aan de Boulevard de Favauge een overtuigend belang voor eigenaren en gemeente kan worden aangetoond dan kan dat de basis vormen voor draagvlak en vervolgens voor een kansrijk vervolgproces.
Het wegnemen van bedreigingen zoals wijzigingsbevoegdheden –alleen al het overwegen daarvan had voor eigenaren al negatieve effecten– en het kunnen dienen van de belangen van zowel eigenaars als gemeente vormen mogelijk een basis voor het bieden van kansen. Een inventarisering van wat voor eigenaren en gemeente van belang is; i.c. zijn er naast handhaving van de huidige situatie ook andere scenario’s mogelijk en wat zijn daar de voor- en nadelen van, kan tot andere inzichten leiden dan waarvan tot nu toe is uitgegaan.

Mocht evenwel blijken dat naast handhaving / renoveren van de bestaande bebouwing er geen kansrijke alternatieven zijn dan is dát tenminste duidelijk voor alle betrokken partijen; eigenaren, gemeente en provincie. Dienovereenkomstig dient vervolgens het nieuwe bestemmingsplan te worden vastgesteld.

25 April 2008
By on 12:24
GS (Gedeputeerde Staten) onthouden goedkeuring aan het bestemmingsplan Middenboulevard.

De gronden waarop GS het besluit baseert zijn:
1) het bestemmingsplan is ingrijpend gewijzigd vastgesteld,
2) de waterparagraaf is onvoldoende uitgewerkt,
3) in het plangebied zijn onvoldoende mogelijkheden om in de uit de mogelijke ontwikkelingen voortvloeiende parkeerbehoefte te kunnen voorzien,
4) de economische uitvoerbaarheid van het plan is niet tijdig inzichtelijk gemaakt.

GS hebben zowel procedureel als inhoudelijk het nodige op het bestemmingsplan Middenboulevard aan te merken.

In procedure brengen oud voorontwerpbestemmingsplan contraproductief?
Het huidige college heeft er om praktische redenenen (o.a. behalen tijdwinst) toe besloten om het nog door het vorige college opgestelde ”Voorontwerpbestemmingsplan Middenboulevard” alsnog in procedure te brengen en dat als schietschijf c.q. als klad te gebruiken om op basis van alle commentaren van de bewoners en belanghebbenden tot een bestemmingsplan te komen dat maatschappelijk draagvlak heeft.
Gezien het feit dat de provincie visies zoals die in het voorontwerpbestemmingsplan tot uitdrukking komen aangrijpt om het bestemmingsplan af te wijzen, kun je je achteraf (ja, dat is makkelijk) de vraag stellen of die keuze van het college wel zo gelukkig was.

Commentaar op besluit GS
Kernprobleem is dat de visie van provincie en gemeentebestuur op de ontwikkeling van het middengebied (Fenemaplein en Favaugeplein) overduidelijk met elkaar strijdig zijn. De gemeenteraad gaat uit van de Structuurschets Zandvoort 1996 en de Raadsopdracht. De provincie grijpt terug op visies (zoals het voorontwerpbestemmingsplan Middenboulevard) en het Ruimtelijk Functioneel Plan die in 2006 inzet bij de gemeenteraadsverkiezing waren en toen door kiezers werden verworpen.

Provincie gaat voorbij aan visie van de huidige raad
De huidige politieke verhoudingen vloeien voort uit de visie van de verschillende partijen op de ontwikkeling van Zandvoort. Die visie wijkt duidelijk af van die van de vorige raad maar grijpt terug op de uitgangspunten in de Structuurschets Zandvoort 1996.
In meerderheid willen de huidige politieke partijen geen grootschalige nieuwbouw op de polen. O.a. OPZ heeft draagvlak als voorwaarde gesteld voor de ontwikkeling van het middengebied en baseert zich daarbij op de uitgangspunten in de Structuurschets Zandvoort 1996 en de Raadsopdracht.

Citaten Structuurschets Zandvoort 1996:
”(…)Inzet van de strategie is dat voor een goede ontwikkeling de polen een absolute prioriteit krijgen. Pas indien deze zijn ontwikkeld kan, indien de behoefte en realiseerbaarheid aantoonbaar zijn, vanuit de polen een verdere ontwikkeling van het gebied plaatsvinden.”
En ook: ”(…) Een zorgvuldige planmatige aanpak, een duidelijke zonering en het aantonen van behoefte en slaagkansen zullen aan de ontwikkeling vooraf moeten gaan.”

Citaten Raadsopdracht:
”De (toeristische) ontwikkeling van Zandvoort baseren op een eenduidige toekomstvisie. Net als bij ruimtelijke ontwikkeling dient deze toekomstvisie niet op wensdenken, noch op torenhoog ambitieniveau te worden gebaseerd maar op aangetoonde slaagkansen in de markt. Dus op basis van feitelijke marktpotentie en slaagkans duidelijke keuzes maken voor het ontwikkelen van Zandvoort als toeristisch product.”

”Strekking van nieuwe, respectievelijk te vernieuwen, bestemmingsplannen afstemmen met direct-belanghebbenden. Resultaten van inspraak bij bestemmingsplannen serieus nemen en betrokkenen intensief bij planproces betrekken. Draagvlak van belanghebbenden en omwonenden is noodzakelijk. Stringente eisen stellen aan maximale bouwhoogte, bouwstijl en materiaalkeuze onder andere passend bij de omgeving.”

”Dorpskarakter behouden, pleinen en open ruimtes niet volbouwen.”

”De ontwikkeling van de polen Palacegebied en Badhuisplein kan alvast worden voortgezet met dien verstande dat een overmaat aan bebouwing ter plaatse dient te worden vermeden.”

Conclusie vorige raadsperiode ook nu nog actueel:
ontwikkelen middengebied financieel onhaalbaar

Met name de ontwikkeling van het middengebied leidde tijdens de vorige raadsperiode tot een voorzien tekort van in aanvang ca. 35 miljoen euro dat door rente(verliezen) zou oplopen tot 70 miljoen euro of meer. Financieel bleek de voorgenomen ontwikkeling van het middengebied niet realistisch (alleen aanzienlijke subsidiëring zou e.e.a. mogelijk kunnen maken).
Voorbijgaan aan het feit dat het ontwikkelen van het middengebied juridisch kwestieus (onteigenen), sociaal-politiek ongewenst en financieel substantieel verliesgevend is, lijkt mij uit oogpunt van verantwoord bestuur niet wenselijk.

Erfpacht Fenemaplein
Pikant is de volgende passage in de brief van GS over de Parkeergarage Zandvoort: ”De extra parkeerplaatsen van de parkeergarage aan het Van Fenemaplein komen pas na het vrijvallen van de erfpachtcanon tussen 2013 en 2017 ter beschikking.”

Naar mijn mening krijgen alle eigenaren van onroerend goed in het plangebied die met erfpacht te maken hebben de keus uit ofwel een nieuw erfpachtcontract ofwel het aankopen van de grond en dat is heel iets anders… Citaat van wethouder Toonen, commissie Raadszaken d.d. 19 juni 2007: ”De uitspraak ligt er dat voor het hele gebied de afspraak is, en dat geldt voor het hele gebied, dat na afloop van erfpachtovereenkomsten er hetzij nieuwe erfpachtovereenkomsten gesloten worden, hetzij koopovereenkomsten.”

Cirkelredenering
Omdat GS een (veel?) grootschaliger ontwikkeling wenselijk achten oordelen zij dat de door de raad bewust op beperkte schaal voorziene herontwikkeling van het Middenboulevard-gebied op onvoldoende wijze kan bijdragen aan dit voor de toeristische aantrekkelijkheid van Zandvoort essentiële gebied. Tevens concluderen GS dat er te weinig parkeercapaciteit in het plangebied kan worden gerealiseerd.

Arbitraire beoordelingsgronden
Het lijkt mij moeilijk staande te kunnen houden dat een bewuste keuze voor een kleinschaliger –meer bij Zandvoort passende– ontwikkeling per definitie verwerpelijk zou zijn of tot de conclusie moet leiden dat er dan niet sprake van voldoende toeristische aantrekkelijkheid resp. goede ruimtelijke ordening kan zijn, zoals GS beweren.
Bovendien is de keuze voor een kleinschaliger ontwikkeling het gevolg van een politiek gelegitimeerd besluitvormingsproces.

Afwijzen van een keuze voor een kleinschaliger ontwikkeling omdat die volgens GS onvoldoende zou kunnen bijdragen aan de toeristische aantrekkelijkheid van het plangebied is arbitrair. Het tot dusverre ontbreken van concrete investeringsbereidheid van marktpartijen in (grootschaliger) toeristisch-economische ontwikkelingen geeft –los van de opinie over de wenselijkheid daarvan– onvoldoende basis voor de afwijzing van de insteek van de gemeenteraad..

Recente uitkomsten van planstudies lieten zien dat er voldoende parkeergelegenheid in het plangebied kan worden gerealiseerd…

Investeringsbereidheid onzeker
Het ontbreken van concrete investeringsbereidheid in toeritisch-economische functies resulteerde in een bestemmingsplan met veel ruimte voor woningbouw op de polen. Gezien het ontbreken van programma voor toeristisch-economische ontwikkelingen en tegenstrijdigheid met de woonfunctie in het middengebied is het OPZ-standpunt: private belangen van eigenaren (woningen) dienen aan nieuwbouw niet ondergeschikt te worden gemaakt. Van een algemeen belang dat boven het private belang moet worden gesteld is in het middengebied geen sprake. Onder meer om deze reden is afgezien van het slopen van 120 woningen zoals de vorige raad dat van plan was.

Conclusie
Waar sta je als gemeente indien een bestemmingsplan door GS wordt afgewezen op basis van met actuele en gelegitimeerde beleidsuitgangspunten strijdige argumenten en onbewezen aannames..?
Ik kan begrijpen dat GS zich op het standpunt stellen dat het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan Middenboulevard zodanig ingrijpend werd gewijzigd dat het weer ter visie gelegd zou moeten worden.
De overige punten van kritiek: nader uitwerken waterparagraaf, aantal parkeerplaatsen onvoldoende en economische haalbaarheid van het plan, kunnen ondervangen, weerlegd of aangetoond worden.

Het zou echter bijzonder contraproductief uitpakken als het resultaat van het onthouden van goedkeuring zou zijn dat de voorgenomen ontwikkeling van de polen en het Watertoren-gebied vertraging zou oplopen. Daar is de toeristisch-economische ontwikkeling van Zandvoort zéker niet bij gebaat.

Bruno Bouberg Wilson

10 January 2008
By on 11:39
Onderzoek verplaatsen Circuit Park Zandvoort zinvol?

Om wegvallende werkgelegenheid te compenseren wil gedeputeerde Hooijmaijers (VVD) een onderzoek naar de haalbaarheid van verplaatsing van het circuit naar de kop van Noord-Holland laten doen. Bij het onderzoek worden ook de effecten daarvan voor Zandvoort betrokken. De gedeputeerde spreekt in dit verband reeds bij voorbaat van een win-winsituatie. Dit, terwijl de uitvoering van het plan naar zijn inschatting honderden miljoenen euro’s zal kosten… Daarbij komen nog de kosten van de negatieve effecten voor Zandvoort. Die kunnen zeker niet worden gecompenseerd door natuurontwikkeling (het circuit wordt weer duin), woningbouw of wellness zoals de gedeputeerde m.i. wat al te gemakkelijk stelt. Deze drie ”bestemmingen” voegen niets toe aan wat er al in Zandvoort is of komt (Middenboulevard). De enigen in Zandvoort die voordeel hebben bij verplaatsing van het circuit zijn degenen die het circuit als overmatig overlast gevend ervaren.

Behouden circuit voorkomt enorme kapitaalvernietiging
Gezien huidige en toekomstige regelgeving zou de wens van het circuit om het huidige aantal racedagen te behouden c.q. uit te breiden op het spel kunnen komen staan, zo motiveert Hooijmaijers zijn initiatief. Gezien de maatschappelijke kosten (honderden miljoenen euro’s) en nadelige effecten van verplaatsing voor Zandvoort op korte en langere termijn (orde van grootte onbekend) is de vraag gerechtvaardigd of het onderzoeken van de voorwaarden waarbij uitbreiding van het aantal racedagen mogelijk wordt niet een veel realistischer insteek zou zijn. In politiek opzicht is het de vraag in hoeverre het initiatief van gedeputeerde Hooijmaijers op voldoende draagvlak in Provinciale Staten zal kunnen rekenen.

Verplaatsen probleem lost niets op
Natuurlijk, het bevorderen van werkgelegenheid in de kop van Noord-Holland is een loffelijk streven maar niet als dat ten koste van veel werkgelegenheid in Zandvoort gaat. Dan verplaats je het probleem en los je –ten koste van vele honderden miljoenen euro’s– per saldo weinig op.

Nadeel op vele fronten
De nadelige effecten zijn m.i. niet gering; de vele activiteiten op het circuit van Zandvoort leveren naast directe en indirecte werkgelegenheid ook enorm veel gratis publiciteit en dito naamsbekendheid op. Daarnaast is de huidige locatie van het circuit veel gunstiger waar het de bereikbaarheid per trein betreft; dus als het om het milieu gaat zal verplaatsing naar de kop van Noord-Holland veel ongunstiger uitpakken (bezoekers moeten heel wat kilometers méér maken om er te komen). Maar het belangrijkste nadeel van verplaatsing van het circuit naar elders is naar mijn mening het verlies van een belangrijke publiekstrekker voor Zandvoort buiten het zomerseizoen.

Geen verhaal
Zeer beducht ben ik voor onderzoeksresultaten die in plaats van een concreet alternatief voor het circuit uitgaan van waarschijnlijk geachte alternatieven. Als het circuit zou worden verplaatst op basis van dergelijke kansrijk geachte alternatieven maar die ontwikkelingen blijven uit, dan is daar later niemand meer op aan te spreken..!

In plaats van de huidige circuit-bestemming inzetten op: ”Herstel van het duingebied, woningbouw en/of welness”, zoals door de gedeputeerde geopperd, het levert Zandvoort in toeristisch-economische zin, zeker gezien de reeds voorgenomen ontwikkelingen elders, niet veel substantieels op.

Recht doen aan diverse belangen
Het lijkt mij wenselijk dat ons college enerzijds inventariseert wat de eventuele verplaatsing van het circuit voor Zandvoort tot gevolg heeft en anderzijds samen met het Circuit Park Zandvoort nagaat welke investeringen nodig zijn om een beperkte verruiming van het aantal racedagen (7) mogelijk te maken. Naar mijn mening zijn bevordering van werkgelegenheid, het rechtdoen aan private belangen in Zandvoort en het verantwoord inzetten van algemene middelen daar zeker bij gebaat.

Datzelfde kan ik, uitgaande van de door hem genoemde uitgangspunten en gevolgen, tot mijn spijt niet zeggen van de insteek van gedeputeerde Hooijmaijers…

Bruno Bouberg Wilson

23 December 2007
By on 11:27
Structuurvisie Zandvoort

Gemeenten zijn gehouden hun visie op de toekomstige ontwikkelingen vast te leggen in een Structuurvisie. Na vaststelling worden o.a. toekomstig beleid en te actualiseren bestemmingsplannen aan die Structuurvisie getoetst. Het proces naar vaststelling verloopt via een aantal stappen waarbij u uw mening kenbaar kunt maken. Recentelijk hebben de eerste overleggen met ondernemers, burgers en politiek plaatsgevonden. Hieronder leg ik mijn mening over het proces en de te maken keuzes is aan u voor met het verzoek om ook uw mening kenbaar te willen maken.

Na kennisname van sterkte-zwakte analyse, prognoses samenstelling bevolking (veel ouderen tot 2020, daarna een sterk afnemend aantal inwoners), vergelijking van Zandvoort met andere gemeenten e.d.m., mochten burgers en politiek –nadat ondernemers hen al waren voorgegaan– op 12 en 13 november j.l. in deelgroepen met elkaar aan de slag om aan te geven hoe Zandvoort zich zou moeten ontwikkelen tot 2025 en daarna.

Voor een zinvol besluitvormingsproces moet m.i. eerst worden bepaald welke ontwikkelingen voor Zandvoort realistisch zijn resp. wat daar voor nodig is. Alleen op basis van een analyse van als realistisch te beschouwen en dus kansrijke ontwikkelingen en het afwegen van de consequenties van die ontwikkelingen, kunnen wij besluiten; wat willen wij wel en wat willen wij niet met Zandvoort.

De verwachte aanzienlijke daling van het aantal inwoners na 2020 is fnuikend voor Zandvoort om als gemeente baas in eigen ”huis” te kunnen blijven. Vanuit bestuurlijk en maatschappelijk oogpunt is eerder groei dan daling van het inwonertal gewenst om als gemeente zelfstandig te kunnen blijven voortbestaan en het huidige voorzieningenniveau te kunnen handhaven.

In dat kader dient het bevorderen van de aantrekkelijkheid van Zandvoort als vestigingsplaats voor nieuwe bewoners m.i. bepalend te zijn. Zandvoort beschikt in dit opzicht over sterke troeven; grote omringende natuurgebieden, gezond klimaat (schone lucht), kleinschalig, goed openbaar vervoer (bus en trein), goede onderwijsvoorzieningen, fors winkelbestand dagelijkse artikelen, strandvertier, de directe nabijheid van grote steden met een keur aan culturele en grootstedelijke voorzieningen (reistijd per trein tot hartje centrum Amsterdam 25 minuten).

Indien passend bij een aantrekkelijk woonklimaat biedt Zandvoort veel kansen aan ondernemers op het gebied van wellness, recreatie en ontspanning. Enerzijds legt een aantrekkelijk woonklimaat beperkingen op (beperken geluidsoverlast / sluitingstijden) anderzijds biedt het transformeren van het toeristisch aanbod –i.c. het focussen op kwaliteit in plaats van kwantiteit– aan ondernemers nieuwe kansen omdat daarmee o.a. een breder publiek met een ruimer bestedingspatroon wordt aangesproken. (Luidruchtige recreatievormen zouden daar kunnen worden gefaciliteerd waar die voor de omgeving minder belastend zijn.)

Door te focussen op kwaliteit worden ondernemers veel minder afhankelijk van mooi weer en bijgevolg minder afhankelijk van het zomerseizoen. De geboden kwaliteit vormt dan immers de primaire aanleiding om naar Zandvoort te gaan. Zo wordt jaarrondtoerisme een feit.
Ondernemers die overwegen om een jaarrondpaviljoen op het strand te exploiteren zouden, gezien de bouwkundige eisen waaraan zij moeten voldoen, nog eens kunnen nadenken over vestiging op de polen en dus aan de boulevards. Daar heb je de meeste jaarrond-bezoekers en… de mogelijkheden tot vestiging zijn daar op grond van het bestemmingsplan Middenboulevard nu volop aanwezig!

Bij de bewonersavond was een beperkt aantal bewoners aanwezig. Daarom vraag ik u om uw mening te willen geven op de door u gewenste toekomstige ontwikkeling van Zandvoort.

14 November 2007
By on 13:16
Monumentenzorg in Zandvoort

Met brede steun uit de raad is een start gemaakt met het (letterlijk) op de kaart zetten van gemeentelijke monumenten. Er is een inventarisatie gaande van alle gebouwen in Zandvoort met monumentale waarde. Dat is -nadat als gevolg van bezuinigingen tijdens de vorige raadsperiode geen geld aan monumenten(beleid) werd besteed– nog maar een begin.

Als de gemeentelijke monumentenlijst zal zijn opgesteld is de volgende stap; bezien op welke wijze de gemeente de instandhouding van gemeentelijke monumenten kan bevorderen. Na inventariseren zie ik het maken en vertalen van beleid in concrete maatregelen n.l. als een logisch vervolg.

Daarvoor moet nieuw budget moeten worden gevonden. Dat geld is er nu niet en dat zullen wij uiteindelijk van ”de burger” moeten vragen. Gezien de warme belangstelling voor Zandvoorts erfgoed zoals wel blijkt uit het grote aantal leden van verenigngen als De Babbelwagen en het Genootschap Oud Zandvoort e.a. mag op de bereidheid van velen om daaraan geld te besteden en te willen bijdragen, worden gerekend.

Omdat het haast altijd privé eigendom betreft zal ondersteuning van de instandhouding van gemeentelijke monumenten in beginsel uit advies* en het opstellen van beschermende beleidsmaatregelen bestaan. (*Ik denk bijvoorbeeld aan technisch advies op het gebied van (preventief)onderhoud e.d.)

Maar wellicht heeft u deskundigheid of ideeën waar we in dit verband goed gebruik van zouden kunnen maken. Dus… heeft u suggesties of tips dan ben ik daarin zeer geïnteresseerd.

1 November 2007
By on 10:09
De Wmo laat niemand onberoerd

Tijdens de j.l. uitzending van Goedemorgen Zandvoort gaf wethouder Toonen uitleg over de intentie, de inhoud en het belang van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Tijdens de uitzending zei een van de interviewers het allemaal zo technisch en theoretisch te vinden overkomen. Benamingen als Beleidsplan, Wmo-raad, kadernota e.d. schrikken kennelijk een beetje af.

Waar het op neerkomt is eigenlijk niets anders dan dat wij als gemeenschap, naar ieders mogelijkheden, verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Dat komt neer op goed nabuurschap. De reden dat juist gemeenten uitvoering geven aan deze wet is omdat de gemeente nu eenmaal het dichtst bij de burger staat. De gemeente is immers de eerste overheid waarmee burgers te maken krijgen. Gemeenten kunnen zelf bepalen hoe zij aan de taken die uit de Wmo voortvloeien, invulling geven. Dat is niet vrijblijvend. Gemeenten worden door de landelijke overheid afgerekend op de wijze waarop zij die taken realiseren. Daartoe stelt de gemeente nu een Beleidsplan op.

De Wmo-taken:
1) bevorderen van de sociale samenhang en de leefbaarheid in de gemeente
2) ondersteunen van ouders en jeugd die problemen met de opvoeding hebben
3) informeren en adviseren (hoe en waarmee kan de gemeente cliënten helpen)
4) het ondersteunen van mensen die anderen helpen (hoe kunnen we vrijwilligers en mantelzorgers helpen en ondersteunen; b.v. tijdelijk inspringen bij vakantie)
5) deelname aan het sociale leven bevorderen en voorkomen dat mensen als gevolg van lichamelijke beperking(en) of psychische problemen in een isolement raken
6) bevorderen dat mensen met een beperking of psychische problemen zelfstandig kunnen blijven functioneren en deelnemen aan het sociale leven
7) het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; het bieden van opvang (b.v. vrouwenopvang)
8) bevorderen van de openbare geestelijke gezondheidszorg
9) het voorkomen van verslaving door daarop gerichte maatregelen en beleid

Taak voor iedereen
Mensen in de directie omgeving zien meestal als eersten dat er iets aan de hand is. Veel te vaak hoor je de opmerking achteraf dat men eerder aan de bel had moeten trekken. Zich niet willen bemoeien met andermans zaken is vaak een excuus om passief te blijven. Daardoor worden kansen gemist om mensen te kunnen helpen of ongelukken te voorkomen. Wees dus attent en maak melding van zaken waar u zich zorgen over maakt.

Wie doet wat
Naast de politiek geven ook een stuurgroep en de Wmo-raad vorm aan het voorbereiden, opstellen en/of realiseren van concrete plannen en het toetsen van de uitvoering daarvan. De Wmo-raad vertegenwoordigt door samenstelling en betrokkenheid de burgers om wie het gaat.

Wmo-raad
Deze raad adviseert het college van B en W gevraagd en ongevraagd over plannen en voorgenomen beleid m.b.t. de Wmo. Elk lid van de Wmo-raad vertegenwoordigt een groepering (doelgroep) en gezamenlijk richt men zich op elk van de hierboven genoemde taken.

Wie stelt zich kandidaat?
De Wmo-raad is nog op zoek naar kandidaten die de groep jongeren (tot 30 jaar) willen vertegenwoordigen. Kandidaten kunnen zich aanmelden bij Ella Visser, telefoon 574 01 00 (centraal nummer).

De bedoeling van dit stukje is om het belang van de Wmo, de zaken die daarbij aan de orde zijn en onze gezamenlijke betrokkenheid nog eens bondig weer te geven.

9 June 2007
By on 12:44
Motie…

Als aangekondigd heb ik tijdens de raadsvergadering van donderdag 7 juni een motie ingediend. Dit, naar aanleiding van een aantijging van een mederaadslid aan mijn adres. Het verwijt: ”aantasting van de democratie”, valt niet te rijmen met wat in de Memorie van Toelichting op de gemeentewet t.a.v. persoonlijke betrokkenheid van een raadslid bij een gedeelte van een bestemmingsplan, is aangegeven.
Ook deze toelichting vermocht geen verandering te brengen in het standpunt van het desbetreffende raadslid. Bij de beraadslaging over de motie bleek een meerderheid van de raad van mening dat deze kwestie op een andere manier tot een oplossing moest worden gebracht. Om het eventueel moeten stemmen te vermijden verlieten drie raadsleden de raadszaal.

Alhoewel er in raadsvergaderingen vrijelijk moet kunnen worden gedebateerd ben –en blijf– ik van mening ben dat dit niet betekent dat men een mederaadslid, gezien de voorliggende uitleg van de gemeentewet, ongegronde verwijten mag maken. Dit gezegd zijnde heb ik de mening van de meerderheid van de raad ter harte genomen en de motie niet in stemming gebracht.

Ver-zoen-ing
Na afloop van de raadsvergadering ben ik op het desbetreffende raadslid afgestapt en hebben wij een en ander uitgesproken. Toen ik later op een bekend adres aan het Kerkplein binnenstapte bleek daar een representatief deel van de raad bijeen en werd met een ”zoenen, zoenen, zoenen” uitgedaagd. Dat heb ik niet op me laten zitten en dus… jawel, we hebben het toen op beide wangen ”afgekust”. Ik ben overigens benieuwd of dit moment is vereeuwigd en nog ergens opduikt.

8 June 2007
By on 19:56
Volgens mij…

Onder deze naam zijn een aantal zaken in de column in de ZC nummer 23 van Nel Kerkman aangediend die wel tot een reactie mijnerzijds moeten leiden:

Punt 1: een partij kan natuurlijk geen consequenties aan iets verbinden voordat er onbetwiste feiten bekend zijn. OPZ heeft dan ook niet eerder dan bij de rechtszitting van 23 mei kennis van de –onweersproken– feiten genomen en daar vervolgens consequenties aan verbonden. Voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 had OPZ geen kennis van een op handen zijnde rechtszaak met P. Boevé als verdachte.

Punt 2: dat het Nel Kerkman niet duidelijk is wie wat heeft opgezegd valt moeilijk te rijmen met de klip en klare antwoorden die door mij desgevraagd zijn gegeven. Niemand anders dan P. Boevé zelf heeft dat op 24 mei gedaan.

Punt 3: de veronderstelling van Nel Kerkman dat OPZ vóór de verkiezingen van het aanstaande proces zou hebben geweten kan natuurlijk niet lijden tot de vaststelling dat dat zo is. Daarna concluderen dat ondergetekende jokt is een cirkelredenering en tevens geheel bezijden de waarheid. Beste Nel verwar veronderstellingen niet met feiten en ga voortaan alleen van feiten uit.

Punt 4: OPZ heeft zich verontschuldigd voor de gevolgen van het gedrag van een tot raadslid verkozen (inmiddels ex-)partijgenoot. Plaatsvervangend, omdat dit door de persoon die daartoe aanleiding gaf, in afwachting van een onherroepelijke uitspraak, nog niet werd gedaan.

Bruno Bouberg Wilson


By on 13:07
”Dumpen” ?

De stellingname van OPZ inzake P. Boevé wegens de rechtszaak waarin hij verwikkelt is, was voor hem aanleiding zijn bestuursfunctie neer te leggen en zijn lidmaatschap op te zeggen. OPZ heeft verklaard dat P. Boevé ”zijn” partij sindsdien niet meer vertegenwoordigt. De reden dat OPZ tot deze stellingname moest besluiten lag in de feiten zoals die tijdens de rechtszitting van 23 mei aan het licht kwamen.

Dat OPZ vooruitlopend op een uitspraak van de rechter tot deze stellingname moest komen lag aan het ter zitting vastgestelde gebruik dat P. Boevé van de afhankelijke positie van het aanvankelijk minderjarige en aan drugs verslaafde slachtoffer heeft gemaakt. Naar onze mening zijn die feiten zo ernstig dat dit niet met het bekleden van een openbare functie kan samengaan.

Indien de ten laste gelegde ”verkrachting” van het slachtoffer niet kan worden bewezen en als de andere feiten inmiddels zijn verjaard zodat strafoplegging niet meer mogelijk is, dan zou dat P. Boevé niet vrijpleiten van de gebleken amorele aspecten van zijn handelen. Daarom zou het proces –zo stelden wij vast– nooit ”goed” kunnen aflopen.

Het trieste van de zaak is dat de vele inspanningen die P. Boevé zich jarenlang jegens de partij –waarvan hij de oprichter is– en de partijdoelstellingen heeft getroost nu volledig door het gebeurde worden overschaduwd. Daardoor was elke associatie met, of betrokkenheid van P. Boevé –in weerwil van die verdiensten– niet meer mogelijk.

Van ”dumpen”, zie het Haarlems Dagblad van 30 mei j.l., is dus geen sprake. OPZ kon niet anders dan consequenties verbinden aan de gebleken feiten die met het bekleden van een openbare functie onverenigbaar zijn en die, hoe de rechter in zijn vonnis ook mocht oordelen, daardoor niet weggenomen kunnen worden.

Het is niet anders…

2 June 2007
By on 11:13
Garantieplan overbodig?

Al op 31 oktober 2006 kwam deze vraag aan de orde en ook in de commissie Raadszaken van 22 mei j.l. speelde die opnieuw. In oktober 2006 werd betoogd dat het garantieplan overbodig zou zijn omdat gedwongen sloop in de Raadsopdracht werd uitgesloten.
Op 22 mei j.l. werd betoogd dat het Garantieplan niet nodig is omdat het middengebied conserverend is bestemd. Bovendien zou het nodig zijn het Garantieplan juridisch te laten screenen om te bezien of het wel zou houden…

Goede redenen voor handhaving
Het Garantieplan moet naar mijn mening gehandhaafd blijven. Als het niet nodig is dan deert het niet en als het wel nodig is, is het direct toepasbaar. De inhoud van het Garantieplan zoals vastgestled op 9 juni 2005 moet worden gescreend op inhoudelijke tegenstrijdigheden met tussentijds genomen raadsbesluiten. Bijvoorbeeld t.a.v. wettelijke onteigening is het gestelde in het Garantieplan strijdig met de Raadsopdracht waarin gedwongen sloop (lees wettelijke onteigening) immers werd uitgesloten.
Bepalen dat het Garantieplan niet van toepassing zou zijn op het conserverend bestemde middengebied (Favaugelein en Fenemaplein) is mijns inziens onverstandig. Op initiatief van tenminste 75% van de eigenaren/zakelijk gerechtigden zijn ook in het middengebied (na een projectbesluit) nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dan is ook daar instandhouding van de mogelijkheid van beroep op het Garantieplan nodig.

Peildatum voor beroep op Garantieplan oplosbaar probleem?
Ook de datum waarop men eigenaar van onroerend goed moet zijn om een beroep op het Garantieplan te kunnen doen (nu 1 januari 2005) zal met het verstrijken van de tijd aangepast moeten worden. Zou dat niet gebeuren dan kan er na verloop van tijd maar een beperkt deel van de eigenaren nog een beroep op het Garantieplan doen en dat zou niet billijk zijn. De reden om die datum waarop men eigenaar moest zijn op te nemen was om speculatie te voorkomen. Dat kun je ook op andere manieren regelen; bijvoorbeeld door per geval te beoordelen of ontheffing van de peildatum wordt verleend.

Garantieplan belangrijk voor ondernemers en bedrijven
De belangrijkste reden voor instandhouding van het Garantieplan is wellicht niet langer het belang van bewoners maar dat van ondernemers en bedrijven. De wethouder gaf aan nog ca. 9 woningen als ruil- of wisselwoning voor bewoners nodig te hebben. Maar een veelvoud van dat aantal hangt samen met de belangen van ondernemers en bedrijven die vanuit andere plekken in het plangebied in de polen zullen worden hervestigd. Ook daarin voorziet het Garantieplan.

Naar mijn mening zal het Garantieplan voor alle gebieden functioneel (kunnen) zijn. Dat lijkt mij op zich al voldoende reden om het Garantieplan te handhaven.

23 May 2007
By on 12:46